De bloedvoorziening van de hersenen verloopt via een netwerk van slagaders dat de hersenen voortdurend van zuurstof en voedingsstoffen voorziet. Zonder die aanvoer kunnen hersencellen al binnen enkele minuten afsterven. De hersenen maken slechts ongeveer 2% van het lichaamsgewicht uit, maar verbruiken wel zo’n 20% van alle zuurstof en glucose die het lichaam binnenkrijgt. Die verhouding maakt een ongestoorde doorbloeding van levensbelang.
De grote slagaders die de hersenen van bloed voorzien
Het bloed bereikt de hersenen via twee systemen: de halsslagaders aan de voorkant en de wervelslagaders aan de achterkant. De halsslagaders (arteria carotis interna, links en rechts) zorgen voor het grootste deel van de bloedaanvoer naar de voorste en middelste hersengebieden. De wervelslagaders (arteriae vertebrales) lopen via de wervels omhoog en vloeien samen tot de basilarisarterie, die de hersenstam en het cerebellum (de kleine hersenen) van bloed voorziet.
Aan de onderkant van de hersenen komen deze twee systemen samen in de cirkel van Willis. Dit is een ringvormige verbinding van slagaders die als een soort verdeelstuk werkt. Dankzij deze ring kan bloed, als één slagader deels geblokkeerd raakt, via een alternatieve route toch verder stromen. Dat maakt de cirkel van Willis een belangrijke veiligheidsklep in de bloedvoorziening van de hersenen.
Drie doorbloedingsgebieden in de hersenen
Vanuit de cirkel van Willis vertakken drie grote hersenarteriën zich over de hersenhelften:
- Arteria cerebri anterior (ACA): voorziet de binnenkant van de voorste hersenkwab en delen van de motorische cortex die de benen aansturen.
- Arteria cerebri media (ACM): de grootste van de drie. Voorziet een groot deel van de buitenkant van de hersenen, waaronder gebieden voor spraak, taalverwerking, armbewegingen en gevoel.
- Arteria cerebri posterior (ACP): voorziet de achterkant van de hersenen, waaronder de visuele cortex die zichtverwerking regelt.
Bij een beroerte staat in de ontslagbrief vaak welke slagader is getroffen en welk doorbloedingsgebied daardoor schade heeft opgelopen. Dat bepaalt direct welke functies zijn aangetast. Een afsluiting van de ACM rechts geeft bijvoorbeeld andere uitvalsverschijnselen dan een afsluiting van de ACP.
Kleine vaten: de fijne vertakkingen in het hersenweefsel
De grote slagaders vertakken zich steeds verder in kleinere takken, tot aan de haarvaten (capillairen) die het hersenweefsel doordringen. Tussen deze haarvaten en het hersenweefsel ligt de bloed-hersenbarrière. Die barrière laat alleen specifieke stoffen door, zoals zuurstof, glucose en bepaalde vetzuren, en houdt schadelijke stoffen buiten. Het is een actief systeem dat strak geregeld wordt door gespecialiseerde cellen.
Kleine slagadertjes diep in de hersenen, de zogenoemde perforerende arteriën, voorzien structuren zoals de basale ganglia en de thalamus van bloed. Deze vaatjes hebben geen alternatieve verbindingen. Als er een geblokkeerd raakt, heeft het omliggende weefsel dus geen andere aanvoerroute. Dat verklaart waarom een lacunair infarct, een kleine infarct diep in de hersenen, toch forse uitval kan veroorzaken.
Veneuze afvoer: het bloed verlaat de hersenen via sinussen
Na het passeren van de haarvaten stroomt het bloed via hersenaders (cerebrale venen) naar grote veneuze kanalen die sinussen worden genoemd. Die sinussen liggen in de harde hersenvliezen. De grootste is de sinus sagittalis superior, die over de bovenkant van de hersenen loopt. Van daaruit stroomt het bloed via de halsaders (venae jugulares internae) terug naar het hart.
Een trombose in deze sinussen, ook wel sinustrombose genoemd, is zeldzamer dan een gewone beroerte, maar kan ernstige gevolgen hebben. Doordat het veneuze bloed niet goed wegstroomt, stijgt de druk in de hersenen, wat kan leiden tot zwelling en bloedingen.
Wat er misgaat bij een verstoring van de bloedvoorziening
Een onderbreking van de bloedtoevoer, zelfs van een paar minuten, beschadigt hersencellen permanent. Bij een herseninfarct raakt een slagader geblokkeerd door een bloedstolsel. Bij een hersenbloeding scheurt een bloedvat en stroomt bloed in of om het hersenweefsel heen. In beide gevallen valt de doorbloeding van een specifiek gebied weg, met uitval van de functies die dat gebied regelt als gevolg.
Risicofactoren zoals hoge bloeddruk, diabetes en roken tasten de wanden van de hersenslagaders aan. Langdurige hoge bloeddruk is met name schadelijk voor de kleine perforerende arteriën, die door verharding en verdikking van de vaatwand steeds kwetsbaarder worden voor afsluiting.
Inzicht in de bloedvoorziening van de hersenen helpt om te begrijpen waarom bepaalde klachten ontstaan na een beroerte, en waarom de locatie van de beschadiging zo bepalend is voor het herstel. Welke slagader getroffen is, zegt direct iets over welke functies zijn uitgevallen en welke kansen op herstel er zijn.





