Een tekening van de hersenen laat meteen zien hoe complex en tegelijk logisch het brein is opgebouwd. De grote hersenen (cerebrum) vormen het grootste deel en zijn duidelijk herkenbaar aan de grillige vouwen aan de buitenkant. Daaronder liggen de kleine hersenen (cerebellum), en helemaal onderaan zie je de hersenstam die overgaat in het ruggenmerg. Die drie hoofdonderdelen zijn de basis van elke anatomische hersenen tekening.
Of je nu een tekening wil begrijpen, natekenen of gebruiken voor een presentatie: hieronder vind je een heldere uitleg van alle onderdelen die je op zo’n afbeelding terugziet, wat ze doen en hoe je ze van elkaar onderscheidt.
De grote hersenen: het grootste deel van de tekening
De grote hersenen nemen in een tekening verreweg de meeste ruimte in. Ze zijn verdeeld in twee helften, de linker en rechter hersenhelft (hemisferen), die met elkaar verbonden zijn via een dikke bundel zenuwvezels: het corpus callosum. In een zijaanzicht zie je dat de buitenkant (de hersenschors of cortex) vol zit met kronkels. Die kronkels heten gyri, de groeven daartussen sulci. Door te krullen past een veel groter oppervlak in de schedel.
De grote hersenen zijn verder opgedeeld in vier kwabben (lobben), die in een tekening elk een eigen kleur krijgen om ze te onderscheiden:
- Frontale kwab (voorhoofdskwab): vooraan, achter je voorhoofd. Verantwoordelijk voor denken, planning en bewegingssturing.
- Pariëtale kwab (wandbeenkwab): bovenaan het midden. Verwerkt tastzin, pijn en ruimtelijk inzicht.
- Occipitale kwab (achterhoofdskwab): achteraan. Verwerkt alles wat je ziet.
- Temporale kwab (slaapkwab): aan de zijkant. Betrokken bij gehoor, taal en geheugen.
De kleine hersenen in een hersenen tekening
De kleine hersenen (cerebellum) zitten achter en onder de grote hersenen. In een tekening zijn ze goed te herkennen: ze zien er fijner en meer gestreept uit dan de grote hersenen, door hun eigen, fijnere vouwen. Het cerebellum heeft een centraal deel met aan weerszijden twee halve bollen, ook hemisferen genoemd. De buitenkant bestaat uit grijze stof, de binnenkant uit witte stof met daartussen kleine kernen van grijze stof.
Wat doen de kleine hersenen? Ze regelen de coördinatie van bewegingen, balans en spiertonus. Je merkt hun werk niet direct, maar zonder cerebellum worden bewegingen ongecontroleerd en schokkerig.
De hersenstam: het smalste deel onderaan
De hersenstam verbindt de grote hersenen met het ruggenmerg en is in een tekening het smallere gedeelte helemaal onderaan. Hij bestaat uit drie delen:
- Middenhersenen (mesencephalon): bovenste deel, regelt onder meer oogbewegingen en gehoor.
- Pons (brug): het middelste deel, verbindt de twee helften van de kleine hersenen met de rest.
- Verlengde merg (medulla oblongata): onderste deel, gaat over in het ruggenmerg en stuurt vitale functies als ademhaling en hartslag.
Structuren die je in een doorsnede ziet
Bij een tekening van een doorsnede (sagittaal of coronaal) zie je ook inwendige structuren die van buiten niet zichtbaar zijn. De bekendste zijn:
- Thalamus: een soort doorgangstation midden in de hersenen. Bijna alle informatie van buiten de hersenen gaat hier eerst langs.
- Hypothalamus: net onder de thalamus, regelt hormonen, lichaamstemperatuur, honger en dorst.
- Hippocampus: diep in de temporale kwab, heeft de vorm van een zeepaardје en is onmisbaar voor het vormen van herinneringen.
- Amygdala: vlak naast de hippocampus, verwerkt emoties zoals angst.
- Corpus callosum: de brede brug van witte stof die links en rechts verbindt, goed zichtbaar in een middendoorsnede.
Grijs en wit: wat betekent de kleur in een tekening?
In gekleurde anatomische tekeningen van de hersenen zie je vaak twee tinten: grijs en wit. Grijze stof (cortex) zit aan de buitenkant van de grote en kleine hersenen en bevat de cellichamen van zenuwcellen. Witte stof zit dieper en bestaat uit de uitlopers (axonen) van die cellen, omhuld door een wit vettig laagje (myeline) dat signalen snel doorgeeft. In een zwart-wittekening is dit onderscheid minder zichtbaar, maar bij MRI-scans en kleurrijke leerboekplaatjes is het meteen duidelijk.
Tips om zelf een hersenen tekening te maken
Wil je de hersenen zelf natekenen, bijvoorbeeld voor school of studie? Begin dan altijd met een zijaanzicht (lateraal): dat is het meest informatief en het makkelijkst te herkennen. Teken eerst de ronde vorm van de grote hersenen, voeg dan de karakteristieke vouwen toe, zet de kleine hersenen rechtsonder en sluit af met de hersenstam. Gebruik kleur om de vier kwabben te onderscheiden: dat maakt een tekening meteen leesbaar. Voor een doorsnede kies je het sagittale aanzicht (van opzij doormidden), zodat de thalamus, hypothalamus en het corpus callosum zichtbaar worden.
Een goede hersenen tekening combineert het zij- en het doorsnede-aanzicht. Samen geven die twee plaatjes een volledig beeld van hoe het brein is opgebouwd, van de grote kwabben tot de kleine structuren diep binnenin.





