Welke kleur hebben hersenen? Dit zie je echt als je erin kijkt

De kleur van hersenen is niet één kleur, maar een mix van grijs, wit, rood en geel, afhankelijk van welk deel je bekijkt en of de hersenen nog vers zijn of al langer bewaard worden. Levende hersenen zijn roze tot roodachtig van kleur. Dat beeld van “grijze massa” klopt maar gedeeltelijk.

Welke kleur hebben hersenen van binnen?

Als je een levend brein zou bekijken, zou je vooral een roze-rood orgaan zien. Dat komt doordat hersenen vol zitten met bloedvaten die zuurstofrijk bloed aanvoeren. De hersenschors, de buitenste laag, heeft een grijsroze tint. Dieper in de hersenen vind je witter weefsel. Dit verschil in kleur heeft een directe reden: de buitenste laag bestaat grotendeels uit cellichamen van zenuwcellen, ook wel neuronen genoemd. Die hebben een grijze kleur. Vandaar de term “grijze massa”.

Het binnenste van de hersenen bestaat voor een groot deel uit axonen, de lange uitlopers van zenuwcellen. Die zijn omhuld door een vettige stof die myeline heet. Myeline is wit van kleur, en zo krijg je de witte massa, ook wel “witte stof” genoemd. Dit witte weefsel zorgt voor snelle verbindingen tussen verschillende hersengebieden.

Grijs versus wit: wat zie je waar?

Het onderscheid tussen grijze en witte stof is in de hersenen goed te zien als je er een doorsnede van maakt. Aan de buitenkant (de schors) zit de grijze stof. Daarbinnen ligt een grote laag witte stof. Dieper in de hersenen zitten weer kleine eilandjes grijze stof, zoals de basale ganglia. In het ruggenmerg is het precies omgekeerd: daar zit grijze stof binnenin en witte stof aan de buitenkant.

  • Grijze stof: grijsroze kleur, zit aan de buitenkant van de hersenschors en in diepere kernen.
  • Witte stof: gebroken wit tot crèmekleurig, vormt de verbindingsbanen tussen hersengebieden.
  • Bloedvaten: geven de hersenen een rozerode glans als ze vers zijn.

Waarom zien hersenen er in foto’s anders uit?

Op foto’s in schoolboeken of documentaires zie je hersenen vaak als een grijzig, bijna beigeachtig orgaan. Dat klopt voor hersenen die zijn bewaard in formaline of een ander conserveringsmiddel. Door dat bewaarproces verdwijnt het bloed, verliest het weefsel zijn roze gloed en verbleekt alles naar een grauwgrijze of geelgrijze tint. Dat is waarom “grijze hersenen” zo’n sterk beeld zijn geworden, ook al zijn levende hersenen dus een stuk kleurrijker.

Bewaard hersenweefsel kan ook lichtgeel of beige worden door oxidatie en de werking van conserveringsmiddelen. Dat verandert de kleur verder van de oorspronkelijke roze-rode tint.

Andere kleuren in de hersenen

Niet alle hersenstructuren zijn grijs of wit. Er zijn ook plekken met een opvallendere kleur. De substantia nigra, een klein gebied diep in de hersenen dat een rol speelt bij beweging, heeft een donkerder, bijna zwartgrijze tint. Die donkere kleur komt door een pigment dat melanine heet. Bij mensen met de ziekte van Parkinson raken de cellen in dit gebied beschadigd, wat zichtbaar is als een verbleeking van dit donkere gebiedje.

Ook bloedingen of beschadigingen geven kleur aan hersenweefsel: vers bloed is rood, ouder bloed wordt bruin of donkerrood. Bij hersenscans op een MRI zie je deze kleurverschillen indirect terug in de beelden, al gaat het dan niet om echte kleuren maar om signaalverschillen die worden omgezet naar een grijstintenweergave.

De kleur van hersenen hangt dus sterk af van of ze leven, bewaard worden of worden onderzocht via een scan. Levende hersenen zijn roze-rood, vers gesneden weefsel toont grijs en wit, en bewaard hersenmateriaal verbleekt naar grijsbeige. Die grijze massa heeft dus een heel wat kleurrijker werkelijkheid dan de naam doet vermoeden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *