Je hersenen bevatten ongeveer 86 miljard neuronen. Dat is een getal dat moeilijk voor te stellen is: elf keer zoveel als er mensen op aarde rondlopen. Een neuron is een zenuwcel die signalen ontvangt, verwerkt en doorstuurt. Samen vormen deze cellen het netwerk dat alles aanstuurt wat je doet, denkt en voelt.
Het getal van 86 miljard komt van onderzoek waarbij hersenen van overleden mensen nauwkeurig werden geteld, onder andere door de Braziliaanse neurowetenschapper Suzana Herculano-Houzel. Zij ontwikkelde een methode waarbij hersenen worden opgelost tot een soort soep, waarna de celkernen worden geteld. Die methode leverde een aanzienlijk nauwkeuriger beeld op dan eerdere schattingen, die vaak uitkwamen op 100 miljard. Dat vroegere getal bleek gebaseerd op ruwe berekeningen, geen echte tellingen.
86 miljard neuronen: wat betekent dat precies?
Van die 86 miljard neuronen bevinden de meeste zich niet in de hersenschors, zoals veel mensen denken. Iets meer dan de helft, zo’n 69 miljard neuronen, zit in het cerebellum, ook wel het kleine brein of de kleine hersenen genoemd. Dat deel is verantwoordelijk voor bewegingscoördinatie en balans. De hersenschors (de grote, gerimpelde buitenlaag die je associeert met denken en bewustzijn) bevat naar schatting zo’n 16 miljard neuronen.
Neuronen zijn overigens niet de enige cellen in je hersenen. Ze worden omringd door gliacellen, ondersteunende cellen die zorgen voor voeding, bescherming en communicatie. Lange tijd dachten wetenschappers dat er tien keer zoveel gliacellen als neuronen in de hersenen zaten, maar ook dat getal is bijgesteld. Nieuwer onderzoek wijst erop dat de verhouding ongeveer 1 op 1 is: voor elke neuron is er ruwweg één gliacel.
Verbindingen tussen neuronen: de echte kracht
Het aantal neuronen zegt maar een deel van het verhaal. Wat hersenen zo krachtig maakt, zijn de verbindingen tussen die cellen. Elke neuron kan verbonden zijn met duizenden andere neuronen via contactpunten die synapsen worden genoemd. Naar schatting bevat een volwassen menselijk brein zo’n 100 biljoen synapsen. Dat is een 1 gevolgd door veertien nullen.
Die verbindingen veranderen voortdurend. Wanneer je iets nieuws leert, worden bepaalde verbindingen sterker. Verbindingen die je niet gebruikt, worden zwakker of verdwijnen. Dit vermogen van de hersenen om zichzelf aan te passen heet neuroplasticiteit.
Verliezen we neuronen naarmate we ouder worden?
Ja, maar minder dramatisch dan vaak wordt gedacht. Na je twintigste sterven er dagelijks neuronen af, maar het tempo is laag en de hersenen compenseren dit deels. In bepaalde hersengebieden, zoals de hippocampus (betrokken bij geheugen), worden gedurende het hele leven nieuwe neuronen aangemaakt. Dit heet neurogenese. Of dit ook bij mensen in dezelfde mate gebeurt als bij dieren staat nog ter discussie in de wetenschap, maar het principe is wel aangetoond.
Ziektes zoals Alzheimer of Parkinson versnellen het verlies van specifieke neurongroepen, wat leidt tot merkbare klachten. Dat laat zien hoeveel invloed de aanwezigheid en gezondheid van neuronen heeft op hoe je denkt en functioneert.
Het aantal neuronen in de hersenen, zo’n 86 miljard, is indrukwekkend, maar de werkelijke complexiteit zit in hoe die cellen met elkaar samenwerken. Elk gedachte, beweging en gevoel is het resultaat van miljoenen signalen die in fracties van een seconde door dat netwerk reizen.





